Invoering WMO

Een pittige discussie tussen Ank de Groot-Slagter en de Pvda over de financiele stand van zaken rondom Stichting Welzijn

Ank de Groot-Slagter

Ank de Groot-Slagter, Fractievoorzitter en Lijsttrekker Rijngouwelokaal

Invoering van de WMO

Redactie PvdA : 31-01-2007

Door: Gülhan Akdemir en Hélène Oppatja

In het Alphens Nieuwsblad is verslag gedaan van de raadsvergadering van 21 december 2006. De manier waarop het debat over de uitvoeringsorganisatie WMO is beschreven is helaas wat onevenwichtig en op punten onjuist. Met name gaat het dan om de opmerkingen van A1 bij monde van mevrouw de Groot over het faillissementsrecht. Wij stellen de deskundigheid van mevrouw de Groot op het gebied van het faillissementsrecht niet ter discussie, maar wel de uitspraak dat de gemeente onvoldoende kennis zou hebben van de Faillissementswet.
In de raadsvergadering van 21 december 2006 ging het debat over de keuze tussen een drietal toekomstscenario’s voor de stichting Welzijn en de stichting Zorgwijzer. Het college geeft de voorkeur aan scenario 2. Dat wil zeggen dat twee bestaande stichtingen worden getransformeerd in een nieuwe organisatie. Dit wordt geregeld in het Burgerlijk Wetboek en wordt ook wel de overgang van een onderneming genoemd. Mevrouw de Groot geeft de voorkeur aan scenario 3, waarin de oprichting van een geheel nieuwe organisatie wordt beschreven. Om deze nieuwe organisatie te kunnen oprichten, dient eerst de subsidierelatie met beide stichtingen te worden beëindigd hetgeen kan leiden tot het faillissement van beide stichtingen. In dat geval is de Faillissementswet van toepassing.

De discussie had zich naar onze mening moeten beperken tot de voor- en nadelen van beide scenario’s en niet moeten worden voortgezet over de vermeende ondeskundigheid van ambtenaren.

De keuze voor een bepaald scenario wordt bepaald door de vraag welk doel men voor ogen heeft. Zowel het college als mevrouw de Groot hebben uiteraard een sterke WMO-uitvoeringsorganisatie voor ogen, maar er zijn allerlei voorwaarden te verbinden aan de totstandkoming van zo’n organisatie. Mevrouw de Groot kiest voor scenario 3, waardoor beide stichtingen geconfronteerd kunnen worden met faillissement. Zij kiest voor dit scenario, zoals blijkt uit het krantenartikel van 28 december 2006, omdat dit scenario het goedkoopst is voor de gemeente. Een onderbouwing voor deze bewering heeft zij in de discussie overigens niet gegeven.

Maar waarom kiest het college dan niet voor het faillissementsscenario, dat is tenslotte het goedkoopste? Blijkbaar is het college niet uit op een koopje. De fractie van de PvdA is dat in ieder geval zéker niet, een standpunt dat wij meerdere malen duidelijk naar voren gebracht hebben.
Wij willen dat de expertise en de deskundigheid die binnen deze stichtingen door medewerkers is opgebouwd wordt gewaarborgd zodat deze ten volle benut kan worden in de nieuwe, brede organisatie. Om zodoende het voorzieningenniveau van welzijn en zorg in Alphen a/d Rijn te garanderen. Het door het college voorgestelde scenario 2 biedt daarvoor de beste mogelijkheden. Daarnaast vinden wij het niet meer dan fatsoenlijk om de betrokken medewerkers maximale zekerheid te geven dat zij hun baan behouden. Volgens scenario 2 (overgang van een onderneming) hebben beide stichtingen immers de verplichting om alle rechten en plichten over te nemen. Zo ook de verplichting de arbeidsovereenkomsten van medewerkers voor te zetten, mits de voortzetting van de arbeidsovereenkomsten geen nadelige gevolgen heeft voor de medewerkers.
De verplichting om de bestaande arbeidsovereenkomsten voort te zetten vervalt ook op grond van art. 666 lid 1 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, wanneer één van de stichtingen failliet wordt verklaard.

Scenario 3 mag volgens mevrouw de Groot dan wel de goedkoopste zijn, het is zeker niet het sociaalste omdat in geval van faillissement de verplichting om de arbeidsovereenkomsten van medewerkers voor te zetten vervalt. Er zijn nog meer nadelen verbonden aan scenario 3, nadelen die álle Alphenaren raken. Eén van de belangrijkste daarvan is wel dat de continuïteit van de voorzieningen op het spel komt te staan. Daarnaast kost het veel tijd om een volledig nieuwe organisatie op te zetten. Ook dat gaat ten koste van de welzijnsvoorzieningen.

Terugkomend op de vermeende ondeskundigheid van de ambtenaren: We hebben zojuist beschreven dat het verschil in doelstelling invloed heeft op de keuze voor een bepaald scenario en daarmee van invloed kan zijn op het rechtsgebied en de wet die men daarbij dient te volgen. Dat de gemeente een andere doelstelling en een ander scenario voor ogen heeft, wil niet zeggen dat zij als organisatie geen deskundigheid in huis heeft op het gebied van de Nederlandse wetgeving in het algemeen of van het faillissementsrecht in het bijzonder. De bewering dat de ambtenaren ondeskundig zijn als het om de Faillissementswet gaat is onvoldoende doordacht en lijkt meer ingegeven te zijn door politieke dan door inhoudelijke overwegingen.

Reactie van Ank de Groot-Slagter: 02-02-2007

Beste dames Akdemir en Oppatja,

Het zal u niet verbazen dat ik behoefte heb om te reageren op uw stuk over het raadsdebat over de WMO. U geeft aan dat het Alphens Nieuwsblad een onevenwichtig en op punten zelfs onjuist stuk heeft geschreven. U bent het niet eens met de opmerking dat gemeentelijke ambtenaren onvoldoende kennis hebben van de Faillissementswet.

Het is spijtig dat u een onjuiste voorstelling van zaken geeft en dat u eerst nu met een reactie komt. Overigens vraag ik mij af waarop u baseert dat de gemeentelijke ambtenaren wel voldoende kennis hebben van eerdergenoemde wet. U gaat allereerst geheel voorbij aan de op 7 december 2006 gehouden commissievergadering.
In die vergadering heb ik aangegeven dat ik verbijsterd was door de antwoorden die ik op mijn technische vraag had ontvangen. Bij scenario 3 (het zgn. faillissementsscenario) zou er sprake zijn van frictiekosten, waaronder salariskosten. Er wordt verwezen naar jurisprudentie onder de noemer “Overgang van de onderneming”.
Echter in het geval van faillissement is er geen sprake van overgang van onderneming. Dat is nu juist het verschil! Bij faillissement worden slechts activa en activiteiten overgenomen maar geen schulden en werknemers. De betalingsverplichting aan de werknemers wordt overgenomen door UWV.

Verder antwoordt de gemeente mij op mijn technische vraag dat door de gemeente een werkbudget aan de curator beschikbaar gesteld moet worden. Ook dat is volstrekt onjuist.
De stichting is een zelfstandige organisatie en de gemeente staat daar buiten. De gemeente verstrekt subsidie en zou in het ergste geval alleen crediteur in het faillissement zijn voor het gedeelte dat wel subsidie is verleend maar nog geen activiteiten zijn verricht.

Als u goed naar mij had geluisterd in de raadsvergadering van december gaat het mij niet om het goedkoopste scenario. Dat is een onjuiste voorstelling van zaken. Het gaat mij erom dat de problemen bij de Stichting Welzijn worden opgelost en dat betekent dat er definitief knopen doorgehakt moeten worden.
In de stukken wordt o.a. niet gekozen voor scenario 3 omdat dat hoge frictiekosten (€ 1,3 mio) met zich mee zou brengen en niet omdat het college – zoals door u gesteld – niet uit is op een koopje. Ik vind wel dat als wij als raadsleden scenario’s voorgelegd krijgen, deze scenario’s juist moeten zijn. Het gestelde over frictiekosten in scenario 3 is niet juist en geeft daardoor een onjuiste voorstelling van de aan dit scenario verbonden hoge kosten. Daar maakte ik en maak ik nog steeds bezwaar tegen! Het is wel goedkoop van u om nu te zeggen dat het niet de meest sociale oplossing is die ik voorsta.

De werknemers kunnen gewoon in dienst van de nieuwe stichting, waarbij ik verder heb opgemerkt dat er wat mij betreft wel een nieuw managementteam zou moeten komen.
Het opzetten van een nieuwe organisatie hoeft niet ten koste van alle Alphenaren te gaan.
Dat is gewoon bangmakerij.

Het verschil in doelstelling heeft dus niets te maken met ondeskundigheid van ambtenaren.
De beantwoording van mijn technische vraag was gewoon onjuist en u had dat kunnen weten als u mijn technische vraag gelezen had. Mijn opmerking is dus zeker niet ondoordacht en is niet ingegeven door politieke overwegingen maar gewoon door het feit dat het mijn dagelijkse werk is en ik inmiddels 26 jaar ervaring in faillissementen heb.

Overigens, waarom nu pas deze reactie. Als u uw werk goed had gedaan, had u zich zowel voor al na de commissievergadering van 7 december jl. als voor de raadsvergadering verdiept in de Faillissementswet.

Ik heb u allen aangeboden – inclusief wethouder Van Wersch en zijn ambtenaren – te informeren over deze wet. U bent niet op deze uitnodiging ingegaan maar reageert 5 weken na datum. U had ook in de raadsvergadering uw mond open kunnen doen!

Ank de Groot-Slagter,
Fractievoorzitter Alphen Eén

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *